Beschermde boerderijen


Zeeland heeft verschillende soorten monumenten: rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in beschermde stads- en dorpsgezichten. Het soort monument bepaalt onder meer welke rechten en plichten de eigenaar heeft en van welke financiële mogelijkheden de eigenaar gebruik kan maken bij onderhoud of restauratie.

Het feit dat een monument een gemeentelijke status heeft betekent niet altijd dat het van minder betekenis is dan een rijksmonument.  Onder de gemeentelijke monumenten bevin- den zich veel objecten die eigenlijk de status van rijksmonu- ment verdienen. Ze zijn deze status in het verleden om ver- schillende redenen misgelopen: ze zijn bij rijksinventarisaties over het hoofd gezien, ze hadden de leeftijdsgrens van vijftig jaar nog niet bereikt of ze komen door het beperken van het aantal rijksmonumenten niet meer in aanmerking voor plaatsing op de rijkslijst. In uitzonderlijke gevallen kan een gemeentelijk monument alsnog tot rijksmonument worden opgewaardeerd.

 

Rijksmonumentale boerderijen
Volgens de Monumentenwet van 1988 worden in Nederland ruim 62.000 objecten door het Rijk beschermd. Volgens deze wet zijn monumenten ‘alle zaken en terreinen die tenminste vijftig jaar geleden zijn vervaardigd en die van algemeen belang zijn vanwege hun schoonheid, hun betekenis voor de wetenschap of hun cultuurhistorische waarde’.

Het aantal rijksmonumentale boerderijen bedraagt circa 6.200, hiervan staan er slechts 155 in Zeeland. Soms omvat de bescherming alle erfonderdelen, soms slecht één of meerdere hoofdgebouwen. De rijksmonumentale boerderijen staan zoals alle rijksmonumenten ingeschre- ven in monumentenregister. Deze lijst wordt nog steeds met nieuwe objecten aangevuld, sinds kort overigens alleen meer met objecten van na 1940. Klik hier voor de link met het monumentenregister.

Bent u eigenaar van een rijksmonumentale boerderij, dan betekent dit niet dat u niets meer aan de woning, schuur of de bijgebouwen mag verbouwen. Er gelden een aantal spelregels van onderhoud en restauratie, maar gebruiksmogelijkheden en economisch belang zijn reële afwegingspunten bij de beoordeling van een verzoek tot wijziging. Een rijksmonument kan op dergelijke gronden worden aangepast aan veranderende behoeften. Het karakter en de cultuurhistorische waarde mogen daarbij niet onevenredig worden aangetast.

Voor werkzaamheden aan een rijksmonument heeft u naast een bouw- of sloopvergunning meestal ook een monumentenvergunning nodig. Met deze vergunning ex. Artikel 11 wordt beoordeeld of de monumentale waarden van het object ook werkelijk intact blijven. Een monumentenvergunning dient bij de gemeente te worden aangevraagd. De Monumentenwet vereist dat het College van B & W over dergelijke aanvragen beslist. Daarvoor dient het College echter wel eerst advies in te winnen bij de onafhankelijke gemeentelijke monumentencommissie èn bij de Provincie Zeeland in geval het betreffende monument in het buitengebied is gelegen. Daarnaast moet er in geval van afbraak, reconstructie, herbestemming en ingrijpende wijzigingen vergelijkbaar met gedeeltelijke afbraak ook nog advies gevraagd worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Ten behoeve van de efficiency en stroomlijning van de procedure organiseert Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland maandelijks een planoverleg voor de gemeente, waarbij de haar adviserende instanties zich buigen over de gedane aanvragen voor een monumentenvergunning. De initiatiefnemer krijgt daarbij de gelegenheid het plan nader toe te lichten. In het overleg wordt getracht te komen tot een eensluidend advies voor de gemeente of kunnen tips gegeven worden voor de aanvrager over hoe wellicht met een kleine aanpassing het plan door de procedure kan komen. Bij het indienen van uw aanvraag bij de gemeente kunt u dus aangeven dat u uw plan gelet op de afstemming en snelheid het liefst besproken ziet worden in het planoverleg. De gemeente bepaald namelijk welke plannen zij in dit afstemmingsoverleg wil bespreken. De data voor de planoverleggen staan vermeld op de website van Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland. Voor meer informatie over de planoverleggen kunt u contact opnemen met David Koren, adviseur cultuurhistorie en monumenten bij Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland: T. 0118-870876, E. dhp.koren@scez.nl

Het verdient overigens aanbeveling om ruim voor aanvang van de werkzaamheden contact op te nemen met uw gemeente. Dan bent u tijdig op de hoogte van de te doorlopen procedures. 

Als eigenaar van een rijksmonumentale boerderij kunt u de kosten voor onderhoud fiscaal verrekenen met uw inkomen. Daarbij is het tevens mogelijk een financiële tegemoetkoming aan te vragen bij onderhoud of restauratie. De bijdrage is afhankelijk van het soort monument, terwijl bij rijksmonumentale boerderijen eveneens een onderscheid wordt gemaakt tussen boerderijen met en boerderijen zonder agrarische bestemming. Meer informatie hierover kunt u vinden in het submenu 'Financiële regelingen' op deze website of op de website http://www.monumenten.nl/.

Binnenkort zal aan deze pagina een lijst met alle rijksmonumentale boerderijen in Zeeland worden toegevoegd.

 

Gemeentelijke monumenten
Een gemeente kan besluiten om objecten en elementen op een gemeentelijke monumentenlijst te zetten. Het kan gaan om objecten en elementen die vanuit regionaal of locaal perspectief behoudenswaardig zijn. Bij de aanwijzing wordt gelet op de architectonische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarde. Ook kunnen monumenten van nationale betekenis die niet meer in aanmerking komen voor de status van rijksmonument aan een gemeentelijke monumentenlijst worden toegevoegd.

De bescherming van gemeentelijke monumenten is door middel van het gemeentelijke monumentenbeleid vast- gelegd in een gemeentelijke monumentenverordening. Hierin staat onder andere vermeld dat voor belangrijke wijzigingen aan het monument een monumentenver- gunning vereist is. Voor gemeentelijke monumenten bestaan heldere regels voor wat wel en wat niet mag, waardoor het monument en daarmee de cultuurhisto- rische waarde ervan in principe goed beschermd is.

In Nederland staan circa 40.000 gemeentelijke monumenten. Het is onbekend hoeveel boerderijen hieronder vallen. Het aantal Zeeuwse boerderijen (complexen of afzonderlijke erfonderdelen) met een gemeentelijke status is op een paar handen te tellen. Belangrijkste reden hiervoor is dat veel Zeeuwse gemeenten nog geen gemeentelijke monumentenlijst hebben. Daarnaast is het buitengebied (en daarmee het agrarisch erfgoed) bij gemeenten die wel over een monumentenlijst beschikken vaak slecht vertegenwoordigd.

Aangezien bij veel rijksmonumentale boerderijen alleen de hoofdgebouwen beschermd zijn, is het belangrijk dat de waardevolle bijgebouwen een gemeentelijke status krijgen (objecten van voor 1940 komen niet meer in aanmerking voor een rijksmonumentale status). Op dit moment werken een aantal Zeeuwse gemeenten aan een gemeentelijke monumentenlijst. De verwachting is dan ook dat binnenkort het aantal historische boerde- rijen met een gemeentelijke status zal zijn uitgebreid.

Zoals bij een rijksmonumentale boerderij, mag ook bij een boerderij met een gemeentelijke status bepaalde verbouwingswerkzaamheden worden uitgevoerd. Wederom zijn een aantal spelregels van onderhoud en restauratie van toepassing, maar gebruiksmogelijkheden en economisch belang zijn reële afwegingspunten bij de beoordeling van een verzoek tot wijziging. Een gemeentelijk monument kan op dergelijke gronden worden aangepast aan veranderende behoeften. Het karakter en de cultuurhistorische waarde mogen daarbij niet onevenredig worden aangetast.

Voor werkzaamheden aan een gemeentelijk monument heeft u overigens naast een bouw- of sloopvergunning meestal ook een monumentenvergunning nodig. Met deze vergunning wordt beoordeeld of de monumentale waarden van het object ook werkelijk intact blijven. Het verdient aanbeveling om ruim voor aanvang van de werkzaamheden contact op te nemen met uw gemeente. Dan bent u tijdig op de hoogte van de procedures die u moet doorlopen.

Als eigenaar van een boerderij met een gemeentelijke status is er de Cultuurfonds-hypotheek. Dit is een laagrentende hypotheek van het Nationaal Restauratiefonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. De lening kunt u bij de provincie Zeeland aanvragen. Meer informatie over de Cultuurfonds-hypotheek kunt u vinden in het submenu 'Financiële regelingen' op deze website of op de website http://www.monumenten.nl/.

Ook kunt u vaak bij uw eigen gemeente aanspraak maken op een financiële tegemoetkoming in de kosten voor onderhoud en/of restauratie van uw gemeentelijk monument. De regelingen verschillen per gemeente. Voor meer informatie adviseren wij u contact op te nemen met de beleidsambtenaar monumenten in uw eigen gemeente.



 

De laatste website aanpassingen hebben op 16 oktober 2018 plaatsgevonden.

Deze website maakt gebruik van cookies

Ok, ga verder Nee, cookies uitschakelen

BoerderijEnZeeland gebruikt webstatistieken ter verbetering van de website. Meer informatie is beschikbaar in
ons cookiebeleid en onze privacyverklaring.